
Wind is gewoon, en ik snap wind. Als ik in de vensterbank lig, zie ik de bomen bewegen en dat weet ik: wind. Soms hoor ik het. Maar nou was het anders.
Storm
Storm is keiharde wind zo keihard dat er van binnen iets van oergefoel komt. Je foelt: er is misschien een gefaar wat moet ik doen.
Zal ik achter de kastjes gaan zitten.
Zal ik gaan rennen.
Zal ik naar de voordeur gaan om dichterbij de storm te zijn.
Zal ik op bed gaan liggen waar mijn vrouw slaapt of juist weer niet.
Ik wist het niet dus ik deed van alles en niks tegelijkertijd.
Wel bleef ik de hele nacht beneden, ook omdat ik aalert was en eerlijk waar ook wegens dat ik het niet zo goed wist.
Gewoon
Mijn vrouw deed gewoon. Ze sliep de hele nacht door. Ik ben een paar keer gaan kijken in de slaapkamer want als zij bang is dan foel ik het ook maar dat was nou niet zo.
Dus dan ging ik weer naar beneden.
Woei woei de hele nacht om het huis heen.
Alle ramen waren dicht.
In de straat klonk de wind keihard.
Het was storm.
Ik heb ekstra brokjes op dat is wegens dat ik een eemozie-eter ben, en ook al heb ik helemaal niet zoveel tanden meer ik kan best brokjes eete en helemaal als ik aalert ben.
Oer
Toen werd het overdag en er kwam licht.
Mijn vrouw kwam uit bed en naar de huiskamer en ik kreeg knuffels en liefe woordjes. En een lekkere snek voor ontbijt. Dus toen foelde ik me weer beter.
Ik ging een dutje doen op de bank. En daarna sprong ik in de vensterbank om naar de straat te kijken, daar was nog steeds veel wind maar toch anders.
Nou is het er nog. En ik heb geleerd, dat ik dan wel een binnenkater ben maar in mij zit nog steeds veel oer, en dat is eigenlijk best stoer.
Met mijn oore kan ik toevallig van alles hoore
“Het spijt me Bertje,” zei mijn vrouw. “De postbode komt en ik kon het pakje nergens anders laten bezorgen.” Ik foelde me bang. Was het wel de postbode of ging er iets heel moeilijks gebeuren?
Ik heb iets wat ik haast bijna nooit echt niet bij andere katermannen of poesen zie en dat is dat ik gaten in mijn vacht heb. Op de fotoo is het te zien.