De nacht was begonnen wegens dat mijn vrouw naar de slaapkamer was en ik bleef nog eefe beneden, ik wilde brokjes eete in alle rust. Toen hoorde ik boven geluiden.
Geluiden van boven dat is raar. Ik hoorde heen en weer lopen, heel snel. En ik rook nieuwe lucht, dat kwam uit het raam van de overloop, dat was dus oope, ook raar, dat is haast nooit zo. Toen hoorde ik mijn vrouw op de trap naar beneden rennen en ze riep: “Bert, help! Een beestje!” Daarna rende ze weer terug naar de slaapkamer.
Weer dat geluid van heen en weer lopen.
Zo raar.
Brokje
En ik dacht nou eerst eefe een brokje eete Bert, foordat je gaat. Dus ik at brokjes. En ook van mijn bord met eete voor de nacht.
Een beetje water.
Nog wat brokjes.
Water.
Mijn vrouw zegt alteit dat elk brokje belangrijk is voor mijn gezond, en dat is het ook, dus ik heb mijn aandacht en mijn tijd erfoor nodig, als je snel eet moet je ofergeefe, dat weet iedereen, dus dat doe ik niet. Ik eet met rustig-aan. En nou helemaal want ik had van binnen kragt nodig.
Stil
Toen ik dacht nou kan ik naar boven, was het er stil.
Ik de trap op.
Langs het raam van de overloop, dat was weer dicht, zo hoort het ook.
Dan de kamer in.
Donker
Het was donker en mijn vrouw lag in het bed. Dus ik sprong op mijn stuk van het bed en ging op mijn kussen liggen. Meteen stak mijn vrouw haar hand uit en ze aaide me en ze zei: “Bert, wat fijn dat je komt. Er was een beestje, ik heb het geloof ik weggewapperd.”
Ik bleef liggen tot ze sliep. Daarna ben ik weer naar beneden gegaan om nog wat te eten. En eerlijk waar, ik foelde me best tefreden ofer mezelf. Ik had compliementen gekregen en ik wist gewoon, het is belangrijk dat je als katerman ook wat bijdraagt aan het samenwoonen.
Maakt niet uit of het een gewone dag is of wiekent, ik neem elke ochtend een pil en ik ga fertellen hoe want misschien heeft iemand anders hier wat aan.
Ajoooo allemaal!
Chester
Het gaat niet goed met mijn mens. Ik denk dat de hitte naar haar hoofd is gestegen. Ze doet dingen die ze normaal nooit doet (althans, ik heb het haar nog niet eerder zien doen). En ze kraamt onzin uit. Ze heeft het maar over ene Pita. Pita zou een vriendin zijn die hier komt wonen. Mijn furkering kan het niet zijn, want die heet Pummy. Voor de zekerheid check ik bij Foppe of hij een andere scharrel heeft. Daar is hij heel stellig in. Hij is nog altijd tot ver over zijn snorharen furliefd op Luna Poes. Magnum wast zijn lange oren in onschuld. Had ik maar weer een meisje, verzucht hij.
Slecht meows
Hemel
Op mijn feesboek zag ik dat al mijn vrienden weer gewoon konden eete, toen het keihete weg was. Maar eerlijk waar, ik foel het nog van binnen. En mijn vrouw keek naar mij en ze zei Bertje-toch.