Als het om snacks gaat, sla ik niks af. Dus toen mijn vrouw een schoteltje met nieuwe snoepjes bracht, heb ik ze allemaal achter elkaar opgegeten. Nou lekker hoor. Ik had er nog wel meer gelust. Alleen daarna gebeurde er iets geks.
Ik moet eerst zeggen dat de snoepjes van Whiskas waren. Daar kreeg ik vroeger weleens een kauwstaafje van. Toen ik hier pas woonde, was het avondeten soms van Whiskas en na alles wat er na de snacks gebeurde, snap ik waarom ik het nooit meer krijg.
Ik heb een review ervan geschreven. Toen wist ik nog niet hoe het verder zou gaan.
Na de snacks kreeg ik opeens dorst. Echt serieus dorst. Ik heb twee keer uit de badkamer water van de flessen gelikt, dat moest mijn vrouw er dan eerst op doen. Ik ga dan even miauwen, dan doet ze de douche aan. Ja, misschien is het gek maar dat vind ik nou eenmaal lekker drinken. Na de badkamer zette ze een glas water neer. Ik ook drinken.
Zo raar opeens.
Het had met de snacks te maken, kan niet anders. De hele tijd keek mijn vrouw ongerust naar me. Is ook geen pretje.
Die avond kreeg ik op de gewone tijd mijn avondeten, alleen zag het er anders uit. Het leek wel soep. Er zat veel extra water in. Ik keek ernaar. Toen ging ik erbij zitten en staarde naar mijn vrouw. Ik eet geen soep. Daar ben ik heel zeker over.
Binnen vijf minuten stond er een nieuw bord eten voor mijn neus, en ze had sorry gezegd. Dit was met hompen rund en dat lust ik graag. Dus dat heb ik opgegeten.
Ik ben een flexibele huiskater, met mij kun je alle kanten op maar ik eet geen soep. Dat weiger ik. Die snoepjes heb ik minder gekregen en nou heb ik ook minder dorst . Zo hebben we alletwee onze zin gekregen. Dat is ook samenwonen, tenminste zo gaat het bij mij thuis.
Toen ik bij mijn vrouw kwam wonen, was ze ongeveer zes weken alleen geweest. Ik bedoel zonder kat. Voor mij was Tim er. Ik weet dat mensen tegen haar zeiden: dat is ook snel. Maar ja, wanneer is het tijd voor een ander?
Je kunt wel denken ja dat is per mens en per situatie verschillend. Dat is alleen zo aan de buitenkant. Soms wil iemand de hele tijd zitten huilen of het huis opnieuw verven of eerst op wereldreis omdat het nou kan. Ik zeg: moet je doen. Mijn vrouw heeft geloof ik veel tonijn gegeten, dat mocht Tim niet hebben vanwege zijn dieet en toen heeft zij het natuurlijk ook niet gegeten.
Waar het om gaat is dat je van binnen een nieuwe kat in je leven welkom moet kunnen heten. Dus dat je weet: deze is anders. Het gaat om je hart. Daar moet ruimte zijn. En in je huis.
Ik was de nieuweling hier in huis maar het ging best goed. Want:
Ik hoefde alleen mezelf te zijn en ik mocht ook anders zijn dan Tim
Er waren dekentjes en kussens speciaal voor mij en ook een nieuwe bak
Ze vertelde me over Tim en toen voelde ik me trots dat ik zo’n bijzondere kater mocht opvolgen
We namen alletwee de tijd om elkaar te leren kennen
Nou merkte ik soms wel dat ze soms verdriet had. Dan kwam ze bij me zitten en zei “O Bertje” en dan legde ze haar gezicht op mijn vacht en dan kwamen daar natte plekken in. Het duurde nooit lang dus ik vond het goed. Ze was ook altijd zo dankbaar.
Ik zal kort zeggen wanneer het tijd is voor een andere kat: wanneer u ruimte heeft in uw hart en in uw huis. Dan kan het.
Dit is Bram, hij is mijn Facebookvriend. Bram is net als ik onzeker en hij gaat er op zijn manier mee om. Ik vroeg hem om een interview en hij deed mee!!
Kun je iets over jezelf vertellen: hoe oud je bent en met wie je allemaal woont en wat er met je oog is gebeurd?
Ik ben Bram en ik ben een kater van 7 jaar. Vroeger toen ik nog heel klein was heette ik anders en woonde ik in het asiel. Ik laat mijn vrouw even de naam spellen want dat vind ik moeilijk. Ik heette One eyed Jack. Zoals je kan zien heb ik maar 1 oog. Zo ben ik niet geboren hoor, het gebeurde toen ik heel erg klein was. Ik was mijn mama kwijt en ik was haar gaan zoeken maar ik kon haar niet meer vinden. De mensen die mij vonden zeiden dat ze overreden was maar ik wist niet wat dat was. Ik wist wel dat ik me niet lekker voelde. Ik had zo’n honger en mijn hoofdje deed zo’n pijn dat ik naar een dokter moest. Toen ik wakker werd daar was de pijn weg maar het was anders Bertje. Ik had ineens maar 1 oog. Mijn vrouw vertelt me regelmatig dat ik het kantje boord was met mij en dat ze mij bijna hadden opgegeven. Maar mijn vrouw vond ik zo lief en warm en bij haar wilde ik wel eten en zo. En zo is eigenlijk het verhaal begonnen van hoe ik bij haar ben gekomen want mijn vrouw werkt in een dierenasiel.
Ik woon dus bij haar en dan heb ik een zusje, zij heet Mila. Ze is een poes van ongeveer 4 jaar volgens mij. Mijn vrouw heeft haar in het bos gevonden en nu woont ze bij mij. En dan heb ik nog een broertje maar dat is een hond en hij heet Toby. Toby is 5 jaar en heel rustig. En dan wonen er nog 2 andere mensen bij mijn vrouw. Best veel he, maar dat vind ik wel leuk hoor.
Ik vind het heel druk!! Dat je nog aan jezelf toekomt snap ik niet. Hoe gaat voor jou een gewone dag?
Bram als jonge jongen
Dan sta ik op en wil ik eten. Ik ga naar mijn voerbak toe en dan miauw ik. Daarna wil ik heel graag altijd even de tuin in maar dat mag niet altijd. In de tuin is het spannend want daar zie ik vogeltjes en zo, en daar ruik ik van alles! Mijn staartje gaat bibberen als ik buiten ben. Mijn vrouw zegt dat ik dan blij ben. En dat is zo, Bertje! Als ik binnen ben, moet ik aandacht! Dan ga ik langs haar benen lopen of ik spring op tafel. Zodra ik mijn aandacht heb gehad, ga ik weer eten en dan ga ik slapen. Eigenlijk dus een normale dag. Eten, slapen en naar buiten. En als ik niet naar buiten mag dan ik met Mila spelen. Het klinkt heel gezellig. Nou even wat anders. Ik weet dat je best onzeker kunt zijn, dat heb ik ook. Hoe merk je dat vooral en wat helpt dan daarbij?
Oja Bert, dat klopt wel hoor. Als ik iets eng vind dan ga ik “haaien”. Dat is rondjes rond de tafel lopen en dan ga ik zeuren. Want ik weet dan niet meer zo goed wat ik moet doen en mijn vrouw snapt dat. Dus als er iets is, ga ik dingen herhalen en dan weet ik dat mijn vrouw komt helpen. Ik ben niet zo van het wiewen Bertje want ik vind die geur een beetje raar en ik voel me dan niet meer zo veilig. Ik laat dat aan Mila over, zij kan dat!
Bij mij helpt aaien ook. Hoe wordt jij het liefste geaaid?
Het fijnst vind ik als ik op mijn vrouw lig en ze streelt me zachtjes als ik slaap. Dan voel ik haar. Ze trekt banen met haar vingers van mijn nek tot mijn staart en daar krijg ik kippevel van. Dan weet ik waar het veilig is! Dat deed ze vroeger ook toen ik ziek was. En als ik wakker ben dan heeft ze een speciale borstel en dan kamt ze mijn snorharen! Dat is zo lekker Bertje, ik ga er altijd van spinnen.
Klinkt goed Bram. Nou heb ik tot slot een lastige vraag. Wat vind je het allerfijnste van een dag? Dat je voelt: nou ben ik gelukkig.
Dit is niet zo’n moeilijke vraag. Allereerst wil ik mijn eten en mijn snacks, dan wil ik graag naar buiten en als mijn dag bijna om is met eten spelen en slapen dan gaat mijn vrouw een boek lezen en dan kruip ik tussen haar en dat ding in. Dat is mijn dag Bertje! Dan ben ik zo gelukkig want dan voel ik haar en dan praat ze tegen mij want ze leest dan hard op voor en dat vind ik zo fijn!
“Nou vooruit dan maar,” zei mijn vrouw. Ik stond al voor de zoveelste ochtend bij de deur van de berging te miauwen. En eindelijk mocht het. Ze opende de deur: “Toe maar.” Ik zette een stapje vooruit en dacht, misschien wil ik het toch niet.
De berging is boven, bij de slaapkamer. De deur is altijd dicht, behalve heel erg soms als ik op de berging wil. Waarom ik dat wil, weet ik niet goed. En wat ik daar ga doen, weet ik nog minder. Het gaat elke keer hetzelfde. ‘s Morgens gaan we de slaapkamer uit en dan zie ik de deur naar de berging en ik weet: oja!! De berging!!
Ik sta bij de deur en miauw. Mijn vrouw zegt nou niet. Ik miauw en miauw als ik nog een keer miauw, krijg ik mijn zin. Dan gaat de deur toch open en ik zie een groot donker hol en ik ruik allerlei vreemde geuren. Het is spannend en griezelig en ik voel dat ik het niet durf maar van binnen is er iets dat zegt: erheen, ruiken, verkennen.
Dus ik zet een stapje naar voren. Maar dan zegt mijn huiskatergevoel, Bertje ga toch beneden op je kussen slapen, dat is veel veiliger en dan krijg je nog knuffels ook. Dus ik zet weer een stap naar achter. Dan zegt mijn oerkatergevoel: Bert jongen, doe effe normaal en duik erin, wat kan je gebeuren. Ik weer naar voren. En naar achter. Net als mijn vrouw denkt die deur gaat dicht, weet ik wat ik doe. De berging op!! Achter die trap langs, onder de dozen door, over die deken heen, verkennen. Ik wil weten wat er is, hoe het ruikt en wat ik ermee kan. Maar ik snap het nooit echt, die berging. Elke keer is het anders.
Vanmorgen hoorde ik een stem helemaal uit de verte komen. Die stem riep mijn naam: Bertje…. Bertje…. Ik stond stil en luisterde. Het was mijn vrouw. Ze vroeg of ik terug kwam want dan konden we in de huiskamer aan de dag beginnen. Ik wilde wel, maar ik wist niet meer hoe. Toen kwam ik ergens te staan op een stapel van iets en ik zag haar. “Ga hier langs,” zei ze en ze wapperde met haar hand. Dat deed ik. Daarna sloop ik onder een trap door en ik was van de berging af.
Beneden heb ik meteen brokjes gegeten. Mijn vrouw zei dat ze zich trots voelde en dat ik een sterke avontuurlijke kater was. Daarna ben ik op mijn kussen gaan slapen. Want al die emoties waren best vermoeid geweest voor mij.
Kijk, je kunt dan wel een huisdier zijn, maar daarmee hoef je nog niet alles goed te vinden. Je bent als huisdier ook iemand. Een persoon. En iedere persoon heeft het af en toe nodig om grenzen te stellen. Ik ook.
Als je geen grenzen stelt, dan durf je dat nog niet. Omdat je bang bent voor ruzie of boosheid of ellende van wat voor soort ook. Maar dat hoeft niet, hoor. Ik zal uitleggen hoe je grenzen stelt.
Als mijn vrouw te lang aait op een manier die ik niet zo fijn vind, dan kijk ik haar even diep aan. Dat ik echt staar, zeg maar, en dan kijk ik heel verwijtend. Dus dan geef ik een eerste signaal dat ze moet stoppen. Het eerste signaal moet klein en eenvoudig zijn. Dat die ander denkt: o ja, nou oke, dan niet. Niks aan de hand. Maar soms aait mijn vrouw door, dan is ze een beetje in gedachten. Wat doe ik dan?
Tweede signaal. Dat is wat duidelijker. Ik ga dan op mijn andere zij liggen. Dus ik trek me terug. Dan kan het nog gebeuren dat ze het niet snapt. Ze aait dan gewoon mijn andere kant. Dus dan ga ik even ergens anders liggen. Het derde signaal moet duidelijk zijn en dat is het ook. Ik heb een grens gesteld. Niks aan de hand.
Nog een voorbeeld?
Soms vind ik het avondeten vies. Dat ik denk: getsie, wie heeft dat uitgebraakt, dat ga ik niet eten. Dus dan zet ik een paar stappen weg van mijn bord en kijk mijn vrouw aan. Zij: “Wat is er Bertje, lust je het niet?” Ik hef een voorpootje omhoog, hou het in de lucht en miauw kort. Zij weet dan zeker dat er iets aan de hand is. En het duurt soms een halve minuut maar de juiste oplossing komt elke keer: een nieuw bord eten. Iets lekkers.
Zo gaat dat met grenzen stellen. Je trekt je terug en je houdt contact. En je moet ook geduld hebben zodat die ander snapt wat je bedoelt.