De tijger in elke kat

De tijger in elke kat

Wat elk mens met een kat al weet, is nu eindelijk bevestigd. Er schuilt een tijger in de kat. De wetenschap heeft aangetoond dat de Siberische tijger (afgebeeld) en de huiskat 95 procent DNA delen.  Zoveel?

Ja, zoveel.

Elf miljoen jaar geleden gingen de wegen van tijger en kat wel uiteen, en in processen van evolutie leek de een niet meer zo op de ander, maar de verwantschap bleef bestaan.

Het betreft hier dus alleen de SIberische tijger. Niet de gewone tijger, evenmin de leeuwen of andere zogeheten grote katten. Die zijn weer anders.

Het is een klein feitje, leuk om de weten, iets om over te mijmeren met de eigen kat op schoot. Dat je denkt tijdens het aaien: eigenlijk ben je een Siberische tijger.

(Bron: Huffington Post)

 

Waarom slaapt de kat op bed?

Kijk, ik kan overal slapen. Op een dekentje, dat ik opeens vond. Op mijn kussen, op het tapijt en ook op bed. Als ik zin heb.  Waarom slaapt de kat op bed? Die vraag hoor je nogal eens. Ik zal zeggen waarom.

Je moet er zin in hebben, dat helpt. Nou niet zeggen ja logisch, er is voor een kat toch geen andere reden want die is er wel. Soms heb ik meer zin om naar het verkeer te kijken maar dan ga ik toch op bed slapen. Ik weet niet. Dan voel ik me onzeker of bang of van slag en dan ben ik liever daar dan ergens anders.

Veel mensen denken dat het bed van hun is. Dat is alleen zo, als iedereen het ermee eens is. Mijn vrouw heeft nooit gezegd dat het haar bed is. Ze zegt wel, dat we samenwonen. Oja en dat ik katerdingen moet doen die zij niet hoeft te begrijpen. En zij doet weer mensendingen die ik niet hoef te snappen. Dat is de afspraak. Niks over van wie het bed is. Dus het is van ons samen. Of van mij. Als ik wil, loop ik over het hele bed heen. Zij respecteert mijn hoek. Dat zegt toch wel iets.

Het is ook gezellig, op een andere manier. Ze ligt stil en rustig. Als ze wakker wordt, kijkt ze naar mij en dan slaapt ze weer verder. Eigenlijk zijn we dan op mijn manier samen.  Dat vind ik het allerfijnste, echt waar.

Superknuffels

Er zijn gewone knuffels en er zijn superknuffels. Dat weet iedereen. Maar ik weet het pas sinds kort. Omdat ik meer durf, daar komt het door.

Ik heb nou twee soorten superknuffels ontdekt.

Het eerste is vachthappen. Dan lig ik op het kussen op de bank of op mijn tapijtje, en dan na het gewone aaien ben ik heel ontspannen. Dus ik rek me uit en ik lig lekker slap op het kussen, nou en dan begint het. Mijn vrouw komt heel dichtbij met haar hoofd en dat vind ik geeneens eng maar fijn. Ze stopt haar gezicht zachtjes in mijn vacht, maakt niet uit waar en dan neemt ze een zacht hapje van mijn vacht. Het is geen bijten. Het is happen. Zacht en stevig tegelijk. Soms praat ze erbij en eerlijk waar, ik heb geen idee wat ze zegt maar het maakt me niet uit want het klinkt goed. Dat je voelt, ga door, ga door.

Van vachthappen word ik superontspannen daardoor wist ik dat het een superknuffel was.

De tweede superknuffel is borstkroelen. Dat gaat anders maar het begint hetzelfde. Ik lig op mijn zij. Kan boven op bed zijn of ergend beneden. En mijn vrouw ligt voor me. Eerst het gewone aaien, net als bij het vachthappen. Daarna friemelt ze met haar vingers op mijn borst en dan eerst heel voorzichtig zodat ik aan het gevoel kan wennen. Daarna gaat ze onder mijn kin en terug naar mijn borst en dan weer naar boven en zo de hele tijd. Vind ik superduperfijn, serieus waar.

Ik wil elke dag vachthappen of borstkroelen of allebei en dat gebeurt dus ook. Het gekke is dus dat ik vroeger geeneens wist dat dit bestond. En ik weet niet wat er nog meer voor fijns is. Misschien ontdek ik dat pas als ik tien jaar wordt, dat is op 3 juni van het volgende jaar. Het leven is best spannend, vind ik.

(dit blog verscheen evenals andere blogs bij de  Vereniging Kattenzorg)