Een muis vangen (blog)

Of ik weleens een muis had gevangen, vroeg een van mijn Facebook-vriendinnen. Ja, vroeger, toen ik nog op straat moest leven. Nou ik een huis heb, hoeft dat niet meer. Dat dacht ik, tenminste. Want toen las mijn vrouw me voor wat in de krant stond.

Het was een klein berichtje, maar ik schrok er heel erg van. In de krant stond dat er heel veel huiskatten waren die muizen vingen. Het meeste bosmuizen die dus in huis kwamen. Daarna vangen ze huisspitsmuizen en dan veldmuizen en maar heel weinig vogels. Er zijn 2000 muizen gevangen, dus dat is meer dan vijf per dag. En hoeveel heb ik ervan gevangen? Bij die gedachte piepte ik, dat ging vanzelf.

Ik wist niet dat alle andere katten zo druk waren met jagen en jachten in huis en dat er zoveel muizen in een woonhuis te vinden zijn. Ik ben met hele andere dingen bezig. Slapen. Het huis onderzoeken. Met mijn vrouw spelen en knuffelen. En mijn muizen zijn speelgoedmuizen. Er zijn hier geen andere muizen dus dan valt er niks te jagen. Nou, daar zat ik dan. Het leek net, of er iets verkeerd was gegaan in mijn leven. Of ik geen goede huiskater was. Mijn vrouw aaide me en dat troostte me. Ik voelde me weer beter. Toen ging ik even slapen. Dat helpt tegen alles.

Vorig jaar kwam ik bij mijn vrouw wonen en daarvoor zat ik in het Dierenhospitaal en daarvoor leefde ik op straat. Ik zal u zeggen, voor straatmuizen had ik ontzag. Ze zijn snel en ze laten zich niks doen. Je moet echt heel snel zijn, wil je er eentje vangen. Dat lukte mij nooit. Behalve wanneer ze het zelf wilden. Dan waren ze denk ik levensmoe.

En toch let ik sinds dat krantenbericht beter op, daar moet ik eerlijk in zijn. Misschien kan ik een vlieg vangen, dat is toch ook iets. Al heb ik die nog niet gezien. Straks als het zomer is, komen ze misschen. Intussen heb ik mijn lintje en de speelgoedmuizen om mee te trainen. Ik ben aan het rennen, soms worstel ik met Muis {link} en ik rol meer dan anders en ik rollen en graaf het lintje op als het tussen de krant zit. Als binnenkater moet je zorgen dat je oer blijft. Zeker wanneer al die andere katten de hele tijd muizen vangen.

(Dit blog verscheen eerder onder de titel Een beetje oer bij de Vereniging Kattenzorg)

Avondeten: Whiskas blik

Ik wilde graag Whiskas bespreken maar dat lukt niet goed. Want ik krijg het nou niet meer. Vroeger wel.

Man, wat at ik dat spul graag. Maar ik ging er heel veel water door drinken. Toen is mijn vrouw naar de dierenarts gegaan om te vragen of dat wel goed was. Ik dronk bijna een halve liter per dag. Zegt de dierenarts dat het net kon. Mijn vrouw heeft toen besloten dat het  niet kon met het oog op de lange termijn van mijn gezondheid vooral van mijn nieren. Dus kreeg ik geen Whiskas meer. En kort daarna hoefde ik ook niet meer zoveel water te drinken. Dat was eigenlijk wel fijner.

Heb jij dat ook weleens gehad of helemaal niet? Ik ben benieuwd of ik de enige kat ben die zo van Whiskas moest drinken. Laat je even een berichtje achter in de reacties?

De nieuwe muis (blog)

“Kijk eens Bertje,” zei mijn vrouw, “Ik heb een cadeautje voor je.” Het was een nieuwe muis. Ik vond er geen klap aan. Hij was groot en raar en ik wist gewoon niet wat ik ermee moest doen. Dus ik keek een andere kant op en deed of die muis er niet was. En dat was dat, dacht ik.

Die muis bleef gewoon liggen waar hij lag, ergens in een hoekje van de huiskamer. Soms liep ik er langs. Dan zag ik ‘m wel. En zo raakte ik er een beetje aan gewend, dat er een grote blauwe muis bestond. Maar ik deed net of de muis er niet was. En de muis deed ook niks. Af en toe keek ik wel.

Ik hou veel van muizen om mee te spelen, maar de mijne zijn altijd lekker klein en ze zitten vast aan een lintje. Dan speel ik lintje onder de lap of ik ren er achteraan of ik worstel ermee. Een goede muis past precies tussen mijn voorpoten.

Een paar dagen later speelde mijn vrouw met die muis. Ze kneep erin en toen hoorde ik een kraakje. Ik was meteen nieuwsgierig dus ik erbij, kijken. Toen ik voorzichtig aan het blauwe snufte, ontdekte ik dat de muis nu tenminste gewoon naar thuis rook. Die lucht vertrouw ik.

Toen hoorde ik weer dat kraakje. Het was precies zo’n spannend leuk kraakje dat iets met je doet. Tenminste, met mij. Ik zette mijn tanden in de muis en het kraakte weer, ik hoorde het in mijn kop. Dat deed wat met me.

Dus ik grijp die muis diep met mijn tanden, val op mijn zij en begin ermee te rollen. Ik bijten en ermee schudden en worstelen en toen was het ene oor er bijna af en toen vond ik er niks meer aan.

Nou is het een gewone muis. Soms speel ik ermee, maar niet elke dag. Geeft niks, zegt mijn vrouw. Ik kan me niet meer herinneren waarom ik het eerst zo eng vond. Het is een grote blauwe muis, verder niks. Misschien heeft het te maken met veranderingen. Want eigenlijk heb ik het liefste dat alles de hele tijd hetzelfde blijft, maar ja, dan maak je nooit iets nieuws mee waar je toch ook blij mee kunt zijn. Want eerlijk is eerlijk, een blauwe muis voor af en toe is iets fijn.

(Dit blog verscheen eerder bij de Vereniging Kattenzorg)

Als je bang bent: Bach Rescue Remedy

Sinds een hele lange tijd gebruik ik Bach Rescue Remedy. Dat is omdat ik bang was. Kan ik uitleggen!

Toen ik hier kwam, moest ik wennen. Logisch. Alleen ik moest driedubbel wennen want ten eerste kwam ik uit het asiel dus dat was een grote verandering, ten tweede had ik daarvoor op straat geleefd dus wat wist ik van een huiselijk leven en ten derde ben ik psychisch. Nogal onzeker en bang. Misschien gaat het nog eens over. Hoe dan ook, gewoon wennen dat kon niet. Er was iets anders nodig.

Druppeltjes. Om te helpen.

Dus ongeveer vanaf de eerste dag nam ik twee keer per dag druppels Bach Rescue Remedy, vier per keer. Of eigenlijk anders. Vier druppels over de brokjes en daar at ik de hele dag van. En vier druppels over het avondeten dat at ik meteen op.

Dus daar werd ik in mezelf wat rustiger van. Mij hielp het. Zeker weten. Feliway deed weer niks voor mij. Het is  denk ik heel persoonlijk.

In het asiel kreeg ik ook druppeltjes, wat voor weet ik niet meer.  Deze werken binnen een week. Dat gaat langzaam.

Ik wil nooit meer zonder, dat weet ik wel.

Trouwens, er zijn helemaal geen bijverschijnselen. Ik werd er ook niet sloom van. En het was ook niet zo dat ik nou nooit meer bang ben.  Want toen de glazenwasser voor de eerste keer kwam, ging ik bijna onder de tafel zitten van de schrik. Toen kreeg ik een hapje met wat extra druppeltjes.  Eerlijk is eerlijk, het had niet gehoeven al was het wel lekker.

Bach Rescue Remedy kan ook door honden en mensen genomen worden. Je moet het even laten staan dat is omdat de alcohol dan kan vervliegen. Er is ook iets speciaal voor dieren maar volgens mij kan dit net zo goed op die manier.

Wat doe jij als je zenuwachtig of bang bent? En heb jij ook zulke goede ervaringen met Bach Rescue Remedy als ik of doet het je niks? Laat het even weten in de reacties!!

Niet op schoot (blog)

Iedereen is lief op een eigen manier, en ik ben het dus op mijn manier. Ik geef kopjes, ik spin op zeventien verschillende manieren maar ik wil niet op schoot. Of nog niet. Misschien durf ik het niet. Hoe dan ook, ik doe het niet. En ja, dan moet je net een huiskater zijn.

Mijn vrouw zou heel graag willen dat ik op schoot kwam zitten. Voor haar wil ik het wel doen maar voor mezelf zeg ik: nee, niet aan beginnen. Maar zij wil het. Heel, heel graag. Dat voel ik gewoon. Dus elke keer probeer ik het eventjes.

Het begint er altijd mee dat ze in haar stoel bij de werktafel mijn naam roept met die stem waaraan ik meteen kan horen dat ze het weer wil. Ik loop naar haar toe en geef de stoel kopjes. Dan een beetje eromheen lopen en draaien, wat miauwen, zodat zij hopelijk weet dat ik het eigenlijk niet wil. Ik snap haar beter dan zij mij, hoor. Want ze blijft roepen en op haar schoot kloppen van kom-nou, toe-nou, heel-eventjes. En dan ben ik zo’n watje dat denkt, nou ja, misschien, ik probeer het gewoon.

Dat gaat niet vanzelf natuurlijk. Eerst spring ik op de bank, die staat achter haar stoel. Zij schuift de stoel dichter bij de bank. Weer dat op schoot kloppen en zo voel ik gewoon hoe ze ernaar verlangt, en daardoor verlang ik het opeens ook een beetje. Niet heel erg. Maar net genoeg om van de bank op haar schoot te stappen.

Ben ik daar, dan weet ik op hetzelfde moment al beter. Nee! Nee! Ik van die schoot af. Bonk, op het tapijt en wegwezen. Wat is dat hoge toch griezelig. En ik kan haar benen voelen, eng is dat. Ik voel liever een kussen onder mij. Veel steviger. Dus ik ga snel op mijn kussen liggen, dat is van Xenos en het is precies mijn maat. Van mensenbenen kan ik dat niet zeggen.

Dan komt ze naar me toe. Ze is nooit boos. Wel een beetje teleurgesteld. Ze komt me aaien en we gaan praten of nou ja, zij praat en ik ga spinnen en dat vinden we alletwee wel fijn. Ja, als je samenwoont, moet je je aanpassen, dat snap ik best. Behalve als het eng is, dan hoeft het niet. Dat vind ik.

(Dit blog verscheen eerder bij de Vereniging Kattenzorg.)