U ziet mij hier onder een dekentje liggen en u hoort mij spinnen en het is ook zo dat ik me supertevreden voel, maar dat kon ik vroeger niet. Ik bedoel onder een dekentje liggen.
Vroeger vond ik het eng. Net of ik gevangen was en nergens meer heen kon. Volgens mijn vrouw heeft dat te maken met iets uit mijn verleden. Volgens mij wilde ik het gewoon niet. Want als er iets op je ligt, dan kun je niet meteen weg als dat moet en soms moet het gewoon,en je weet nooit precies wanneer.
Mijn vrouw legde de deken neer en ze zei dat die van Tim was geweest, de kater die hier voor mij woonde. Ze had de deken in twee stukken geknipt en gewassen en nou kon ik er misschien iets mee, zei ze. Nou misschien.
Het duurde best lang geloof ik maar op een dag rook die deken naar thuis. Naar gewoon. Ik kon er op zitten en dat was best lekker warm. Ik kon er ook fijn op liggen.
Soms legde mijn vrouw de deken over mijn achterpootjes en dan aaide ze me. Ja, dan ga je als huiskater toch spinnen. En ik ontdekte dat ik door die deken best warme achterpootjes kreeg en dat het fijn voelde. Helemaal niet moeilijk.
Dus nou kan ik onder de deken. Tot halvewege ongeveer verder wil ik het niet. Ik weet dat er katten zijn die diep onder een deken gaan en ook tussen dekbedden durven hangen en weet ik wat voor avonturen doen, maar dit is voor mij wat ik nou kan en durf.
Ik weet dat ik er best stoer uitzie, maar er zijn best veel dingen waarvan ik voel, dat zijn moeilijke dingen voor mij. Dus dan neem ik de tijd om te wennen en thuis krijg ik heel veel steun dat helpt ook.
Is het erg als je een maatje meer bent? Volgens mij niet. Pas met Koningsdag zeiden mensen over prinses Amalia lelijke dingen. Dat vond ik moeilijk.
Heeft u ook koude pootjes? Nou, ik wel. En ik dacht nog wel dat het nou echt serieus lente was, dus dat we elke dag zon en warmte hadden. Ik was heel erg aan het verharen.
Hoi Tommy! Goed nieuws over deze knappe kater. Na vier maanden in het asiel te hebben gewacht op een echt thuis, heeft hij dat gevonden. Dat is supergoed nieuws, want zijn gezondheid is niet zo goed.
Waarom ik naar de badkamer ga. Nou, dat is eenvoudig. Ik heb er iets te doen. Nee, niet op de bak. Die staat er wel maar die gebruik ik nooit. Maar hij moet er wel zijn. Dus daarvoor ga ik niet naar de badkamer.