Wanneer ik van dat rauwe miauwen doe

rauw miauwenHier miauw ik even terug naar mijn vrouw van jaha. Dan zegt zij: “Ja Bertje”. Soms miauw ik dan nog een keer. Voor het gezellige gesprekje. Maar ik kan ook rauw miauwen.

Wiekent-slapen

Gistermiddag deed ik het weer. De hele middag had ik op de bank liggen slapen, van dat luie lange wiekent-slapen dat uren kan duren.  Ik voelde dat mijn vrouw er even bijkwam en dat ze met me meesliep. Daarna ging ze weer aan haar werktafel. Pas tegen etenstijd werd ik wakker. Goed, hè, zo lang slapen!

Dat gevoel

Ik was wakker en het avondeten was er nog niet. Dus ik sprong in de vensterbank, zat en keek naar de straat. En toen kwam dat gevoel. Ik stak mijn kop vooruit en miauwde.

Het klonk hard en oer. Iedereen in de straat hoorde het. Dat rauwe.

Rawwww! Rawwww! Rawwww! Rawwww!

En toen was het opeens genoeg. Dus ik stopte en keer weer naar de straat. Het gevoel was weg.

Nacht

Meestal komt dat gevoel ’s nachts als het helemaal donker is en ik in de vensterbank ben.  Misschien omdat het dan zo lekker hard klinkt. Dat ik voel dat ik iemand ben.  Dat er iemand in huis is die oplet, want mijn vrouw ligt dan te slapen die doet dan dus niks.

Heel soms heb ik het als ik beneden achter de voordeur zit. Maar iets in mij zegt dat ik daar voorzichtig moet zijn en dat ik beter alleen kan ruiken aan wat er is. Niet zoveel lawaai maken. Door die deur is soms een monteur gekomen en dat heb ik liever niet meer.

Ochtend

’s Morgens heb ik het nooit. Dan wil ik langzaam aan doen en knuffels krijgen, eerst over mijn kop en dan over mijn buik. En ik wil uit de badkamer drinken en dan weer knuffels. Ik vind, aan de dag moet je langzaam beginnen. Dat rauwe miauwen doe ik dus later.

 

 

 

 

kater Bolle over: sneeuw en schone voeten

sneeuw
Ik lag op de vensterbank, lekker boven de verwarming, te slapen. Ineens riep mijn vrouw “Kijk nou eens Bolle!”

Ik was al bang dat ik weer op de foto moest, maar ze wees naar buiten. Ik keek ook en ik zag het meteen. Mijn hele tuin was wit geworden van de sneeuw. O jee, dacht ik, dan moet ik mijn patroeje gaan lopen door die sneeuw.
En dan zak ik tot mijn schouders weg en mijn hele onderstel wordt nat en koud.
Mijn tenen worden ijsblokjes, en mijn oren vriezen bijna van mijn hoofd.
Je begrijpt het al; vind er niks aan, aan die sneeuw.

Graven

Kijk, ik hoef van mijn mensen niet naar buiten. Maar ik vind dat het persee moet, ook al ligt er sneeuw.  Want ik moet mijn land kontroleren. Ik moet gaan ruiken wie er allemaal geweest zijn, en hoe lang en wanneer. Ik moet overal kopjes geven, zodat andere katten weten dat het mijn tuin is.
En er is nog iets.
Ik heb binnen een toilet, maar ik ga liever buiten. In mijn tuin. Daar heb ik de ruimte om heel goed te graven.
En ik kán graven. De aarde spat altijd alle kanten op. Mijn voeten zitten helemaal onder, maar dat loop ik vanzelf weer aan de vloerbedekking af. En aan de keukentegels. En aan het buro. Eigenlijk overal waar ik loop laat ik dan aarde achter. Alleen niet op mijn kurk natuurlijk, want dat is vies. Dus ik zorg dat mijn voeten schoon zijn voor ik op mijn kurk klim.

Superkoud

Binnen op mijn bak heb ik een soort korrels, en dat graaft heel anders.
Mijn mensen hebben wel eens aarde in mijn bak gedaan maar dat vond ik raar. Dat hoort nou eenmaal niet, op mijn huiswc.
Als ik binnen op de bak ga heb ik altijd het gevoel dat ik in de gaten word gehouden.
Ik hoef maar richting mijn wc te gaan of ik hoor mijn mensen tegen elkaar zeggen “Bolle gaat op de bak”. Ik ben dan altijd een beetje bang dat ze met me meegaan. En dat wordt veeeels te klein, zo met zijn drietjes op mijn wc!
Maar het probleem van mijn buitenwc is dat ik superkoude billen krijg als ik daar nu ga zitten. Straks vries ik nog vast, ik moet er niet aan denken.

Gaatje in de sneeuw

Popje, Beer en Molletje wilden nooit op hun binnenwc. Ab-so-luut niet. Vooral de GroteBeer niet. Die hebben mijn mensen NOOIT op de binnenwc gezien.  Ze gingen altijd de tuin in, maakt niet uit wat voor weer het was. Ook toen ze oud waren.
Als er erg veel sneeuw was gingen mijn mensen met ze mee.
Popje vond het altijd spannend om door hele hoge sneeuw te rennen, zodat je hem niet meer kon zien. Dan miauwde hij heel hard, en dan zeiden mijn mensen waar ben je nou?  En dan gingen ze hem zoeken. Niet echt hoor, het was maar een spel!
En Pop vond het ook altijd heel biezonder om een plasje te doen in de sneeuw. Want het was meteen verdwenen, er was alleen een gaatje in de sneeuw over. Dan riep hij mijn mensen en deed het nog een keer, om het te laten zien.
Zelfs in de sneeuw waren ze soms wel een uur buiten. En Beer liep twee keer per dag het hele blok rond, ook als het vroor.
Ze liepen altijd in elkaars voetstapjes, want dat is het makkelijkst. Dus zelfs als er dagenlang sneeuw lag was er maar één spoor.

Naar buiten

Tja, zo’n avonturier ben ik nou eenmaal niet meer. Ik vind dat ik lang genoeg buiten ben geweest toen ik nog geen huis had.  Toen heb ik genoeg regen en sneeuw meegemaakt voor de rest van mijn leven.
Wat zeg ik: meer dan genoeg!
Maar ik ben gisteravond uiteindelijk toch naar buiten gegaan.
Mijn mensen stonden naar me te kijken. Ze moesten lachen, want ik rende kriskras door mijn tuin. En daarna sprong ik als een konijn door de planten, met grote hoge sprongen. Mijn vrouw zei dat ik wel een sneeuw-ko-nijn leek.
Ik kwam heel hard weer naar binnen rennen, en schudde mijn voeten uit. Want daar zat allemaal sneeuw aan.

Op het grote bed

Mijn mensen hebben me toen op het grote bed getild, we hebben met zijn drietjes geknuffeld, ik heb brokjes gegeten en ben daarna niet meer naar buiten geweest.
Ik ben er klaar mee, met die sneeuw.
Dan maar de binnenwc. Ik probeer gewoon te gaan als niemand kijkt.
Ik wil niet het risico lopen dat mijn billen buiten afvriezen, of dat ik ingesneeuwd raak.
Dus ik ga nu op het grote bed liggen wachten op de zomer!

Waarom er steeds meer werkende katten zijn

werkende katten

Ik ben een werkende kat en mijn beroep is controleur vensterbank. Dat werk doe ik op gevoel. Dan hop ik in de vensterbank en kijk naar de straat. Alles moet rustig zijn. Rust is goed.

In de eerste tijd dat ik hier woonde, had ik geen idee dat ik zoiets zou doen. Ik kwam uit het asiel en daar had ik maanden gewoond, dus dan ben je blij als je een huis krijgt en een beetje kunt wennen. Het was slapen, spelen tegen de spanning en leren hoe we samen moesten knuffelen. Daar heb ik ikweetniethoelang voor nodig gehad. Wennen kost tijd. En zelfvertrouwen krijgen helemaal.

Werk

Op een dag zat ik in de vensterbank naar de straat te kijken. Er liepen mensen. Eentje keek naar boven, naar mij. Ik miauwde. Toen liepen ze uit de straat en het was weer rustig. Dar kwam door mij. Van thuis kreeg ik knuffels en complimenten: “Goed gedaan, Bertje.”

En toen dat soort dingen vaker gebeurde, wist ik dat ik iets kon. Dus deed ik het vaker. En zo groeide ik in mijn werk. Dat kwam ook omdat ik meer zelfvertrouwen had.

Feesboek

Veel van mijn Feesboekvrienden helpen thuis mee. Boodschappen  nakijken,  op je man of vrouw letten dat ze geen gekke dingen doen,  een pootje uitsteken als er gecomputerd moet worden, de tuin bewaken, nou van alles.  En mijn verkering Loesje geeft zelfs worksjops en kurzus voor de meedietaasie, dat is ook werk.

Hoe kan dat nou?
Ik denk dat katten aan eemansiepazie doen. Dat ze wel een kat zijn dus geen mens, maar wel een persoon net als een mens.  En dat we dus ook meetellen.

Dat zegt mijn vrouw en ik vind het ook. Bij mij thuis zijn we alletwee de baas dat hoort er ook bij. Ik wou alleen dat ik meer sneks kreeg maar daar helpt de eemansiepazie  niet bij, dat is raar, als u het mij vraagt.

Loesje over: liefde op me eerste gezicht

liefde

Als moderne poes weet ik, liefde kan ook op me eerste gezicht zijn. U weet van me eigen heb ik al heel lang verkering met me Bert.

Hij heb iets van ze eigen waar ik gek van ben. Ik wist het meteen toen ik me Bert op me kompjuuter zag. Me hart heb het me verteld en het was liefde op me eerste gezicht. Maar het was niet mij eerste keer. Ik moet U eerlijk zegge, het was mij tweede keer van mij liefde op mij eerste gezicht. Assie het al een keer heb meegemaak, weet je toch iets meer van ze leeve en ook van jou hart. Liefde heb vele vorme en jij kan het overal tegenkomen.

Erfaaring

Bert is me katerman, ik ben zijn poezevrouw. Assie er zo naar kijk is er niks geks aan van ze eigen. Maar kan het ook tussen mens en dier? Kan er dan meteen liefde zijn op ze eerste gezicht? Ik wil U vandaag vertellen van me eigen verhaal. Mij eigen erfaaring.

Zachte warme aaien

Toen ik mij vrouw voor me eerste keer zag wist ik meteen dat ik bij haar wilde zijn. U weet ik ben sensietief van me eigen, dan voel je dat. Ik zat in me asiel en ik voelde mij eigen bang en ik was verleege. Toch durfde ik meteen voor haar voeten te gaan liggen want ik voelde mij hartje tekeer gaan in mij eigen. Ik ging rollen en ik liet mij ook aaien. Zachte, warme aaien, ik duwde mij kop in de hand van mij vrouw. Ik voelde liefde maar ik kende haar niet. En ik voelde rust in mij eigen, dat ik veilig zou kunnen zijn. Me vrouw sprak zachte, lieve woordjes en ik moest heel hard spinnen.

Op ze kop

Assie iemand voor ze eerste keer ziet kan er iets in jou eigen gebeuren. En assie sensietief ben hebbie kans dat jou hele wereld op ze kop sta. Dan kan ze tonijn op garnaaale lijken en van me eigen lust ik die gelukkig allebei. En ik lust ook zalmmoote in sjelei en verse oseeaanvis in groentesaus. Maar die heb er nu niks mee te maake.

Geen erg

In mij eigen leeve heb ik nu twee keer meegemaak dat me hart het meteen wist. Me eerste keer was bij mij vrouw en me tweede keer bij mij Bert. En het gebeurd altijd assie er geen erg in heb. Ik zeg U eerlijk, ik zat op me bak toen mij vrouw binnenkwam in me asiel. Dat doe ik nu nog als me vrouw binnenkom want dan weet ik dat zij het is. Me vrouw heb daar nooit ze punt van gemaakt. De eerste keer was ik zo van me slag dat ik met me vieze pootjes voor me vrouw ben gaan liggen. Dat doe ik anders nooit maar me hart was sterker.

Luisteren

Als U hart sterker is dan kan U wel van alles van U eigen probeere, maar dat heb geen zin. U kan wegloope, U kan onder U bank gaan zitten maar als U hart het voelt moet U gewoon luistere van U eigen. En me vrouw had het ook, zij heb ze hart ook voelen springen van geluk. Maar ze was zo van ze slag dat ze eerst nog wegliep. Dat doet ze altijd want zij is ook sensietief. Dan moet je eerst jou gevoel tot ze eigen laten koome. Maar ze kwam terug en ik zag het in haar ooge.

Het was liefde en ook voor altijd.

As je hart leeft

Assie liefde op jou eerste gezicht meemaak hebbie veel geluk. Dan moet je ook dankbaar zijn want jou hart leeft. Mij vrouw en mij eigen horen bij elkaar en het is ook bijzonder. Zij is een mens en ik ben me eigen poes. Dan kan het dus ook, dat je liefde voelt voor ze ander. En ook op jou eerste gezicht. Voor mij eigen heb het me veel gegeeve. Als mij vrouw en ik ze eigen niet hadden gevonden, dan weet ik niet waar ik nu zou zijn in mij leeve. Dan had ik mij Bert nooit gezien op me kompjuuter en mij tweede liefde op mij eerste gezicht gemist.

Nu voel ik mij eigen rijk want ik voel veel liefde. Omdat ik ook geluisterd heb naar mij eigen hart. En het kan zomaar gebeure…

Liefs van Loesje

Trudy en Freek: wie zijn ze?

Trudy en Freek

Hier is Trudy, de poezevrouw die de wedstrijd tong-uitsteken won op mijn feesboekpagina.  Ik mocht haar en Freek interviewen.

Hoe oud zijn jullie en waar wonen jullie precies?

Wij, Trudy en Freek, zijn allebei 13 jaar en wij wonen bij Hokazo Dierenopvangcentrum in Uden. En wij zijn ongeveer 10 jaar getrouwd. Freek gaf me op die dag een kopje en toen was ik vlieft en toen deden we trouwen.

Wat mooi Trudy. Liefde is gemakkelijk dat heb ik ook met Loesje ontdekt. Hoe kan het dat jullie in een asiel wonen en niet op zoek zijn naar een eigen huis?

Eerst woonde we gewoon op straat. En elke keer rook het zo lekker naar eten bij Hokazo dus gingen daar ons kostje scharrelen. We kregen een buiten hok zodat we ook droog konden slapen. Zo zijn we eigenlijk blijven hangen. En de mensen daar gaven ons lekker vlees en veel sneks. Ik vond het prima. Maar op den duur word je ouder en ik ben niet meer zo snel.

Trudy en FreeekEn bij ons wonen ook honden en ze hebben me al een paar keer gepakt. Daarom wonen we nu in de tuinen. Dan kunnen de honden ons niet meer pakken. We vinden aaien soms oke, niet zoveel. Freek vind maar een paar mensen okee, ik iets meer maar ik ben liever gewoon buiten met Freek. De mensen zeggen ook dat wij bij Hokazo horen.

Ja dan heb je toch een eigen thuis. Dus dat is goed. Jullie zijn getrouwd. Hoe verloopt een gewone dag voor jullie samen?

’s Morgens als we wakker worden (naast elkaar) dan is het etenstijd. Ik ben een vreetbuil en lust alles! Ik heb weinig tanden maar kan goed eten, hoor. Mijn Freekie doet ook goed eten. We geven kopjes tot dat er mensen gaan schoonmaken, dat vinden we te eng. Freek kruipt achter de pellut en ik loop rond. Als het rustig is liggen we te rieleksen en houden we wacht. Als er speciale mensen komen dan doe ik bodiegard spelen voor Freek. Ik kan heel goed kletsen. Als het donker word dan krijgen we vlees en dan zijn we snel. Lekker schrokken! Freek blijft bij ons huisje, dat is vertrouwd. Hij moet nog wennen dat we samen wonen. Daarna gaan we kopjes geven en lief doen.

 Trudy, wist je ervan dat Bram je foto bij de tong-wedstrijd zette en wat ging er door je heen toen je gewonnen had? Steek je vaak je tong uit?

Hihihi, nee Bertje! Het was een verassing. Nou ze willen mijn foto in de kantine hangen. Ik ben in eens een beroemde poes. En dan heb ik ook nog een maatje meer. Maar ik wist niet dat er zo’n koele wetstrijt was. En nu denk ik van, jaaaa Trudy… dat heb je goed gedaan. En mijn tong is altijd buitenboord voor als er eten komt.

Soms gaat dat vanzelf, dat is de natuur. Nou heb ik een vraag voor je katerman. Freek, ben je trots op Trudi? Of denk je had ik maar meegedaan?

Eh, ik ben heel trots op mijn poesevrouw. Ze kan alles en ze durft alles. Oh nee Bertje, daar ben ik te verlegen voor.

Ja dat snap ik wel. Volgens mij durft elke poesevrouw meer dan een katerman. Wat is jullie wens voor de toekomst, voor jullie zelf?

Dat we samen nog vele jaren samen mogen blijven en dat we oud worden en veel eten krijgen.
En natuurlijk dat de andere poesen en katers wel een ander huisje krijgen. Wij wonen hier prima en we vinden de mensen die ons verzorgen heel fijn!


Mijn Feesboekvriend Bram heeft me geholpen bij het interview. Dankjewel Bram!

Wilt u meer weten over waar Trudy en Freek wonen: klik en kijk hier over de Hokazo