Een tijdje terug kreeg ik dus andere brokjes, wegens de artroosie. Lekkere brokjes. Echt waar. Ze waren gezond en toch lekker. Dus ik eete, nou.
Eete
Toen kreeg ik thuis wat te hoore, over veel eten en dik worden en mijn pootjes en van alles. Maar als er brokjes voor mij staan, dan zijn ze voor mij om te eete, dat is mijn mening.
Gewend
Na een poos raakte ik aan de brokjes gewend. Toen waren het geen lekkere brokjes meer maar gewone brokjes. Ook goed. Dat is eigenlijk beter dan heb ik rust in mijn kop.
Dus vanzelf begon ik minder brokjes te eete.
En wat gebeurt er, weer kreeg ik thuis wat te hoore, over hoe belangrijk het was om juist deze gezonde brokjes te eete en artroosie en van alles weer. En ze zei dat ze iets wist. Een truukje.
Snek
Die afond kreeg ik als altijd mijn verse brokjes. Het waren dezelfde. Maar toch niet. Ik rook het meteen, er zat een nieuwe lucht aan en die lucht was van een snek die ik pas op had.
Die snek zat nou ofer de brokjes. Mijn vrouw had het verkruimeld.
Ik wist geeneens dat zoiets kon.
Mijn instink
Die nacht heb ik heel veel brokjes op gegeten. En de nacht erna weer, wegens dat de brokjes naar snek smaakten. Nou ben ik er alweer een beetje aan gewend maar ik eet nou weer meer brokjes dat is wel zo.
En thuis kreeg ik compliementen dat ik zo goed at.
Dus toen wist ik het zeker, dat ik blijf doen wat ik altijd doe. Komt er een bord met brokjes dan eet ik. Heb ik minder trek dan eet ik minder. Thuis hoor ik altijd wat maar het beste is dat ik mijn eigen instink volg voor het eete.
Al is het wel zo dat ik het liefste brokjes heb die naar sneks smaken, daar ben ik eerlijk ofer.
“Bertje, ik heb wat nieuws voor je,” zei mijn vrouw. Ik dacht: waarom. “Het is een soundmous, er zit geluid in,” zei ze blij. Ik dacht voor wie is dat leuk eerlijk zeggen.
Iedereen heeft kunnen lezen hoe Kraaloog en zijn stekelvrienden me bij een mens in de tuin hebben gedropt. En dat ik in een warme kamer mocht gaan wonen vol zachte mandjes en bakken vol brokjes. Het leek wel een droom. Toch was niet alles gelijk fijn. Ik zal jullie miauwen waarom. Mensen zijn eng!
een gebouw, waar het gonst van gepiep, gejammer en gemiauw. Hier zijn er meer zoals ik. Het mens zet de bak met mij erin op een verhoging. Een heleboel witte jassen verschijnen afwisselend voor de tralies. ‘Moeten we hem er wel uit halen? ‘We willen toch weten of hij een chip heeft.’ ‘Durf jij het?’ ‘Met handschoenen aan wel!’
Onverwacht vouwen haar handen zich om me heen en stoppen me al spartelend onder een zachte laag stof, en ritst het van onder tot boven dicht. Ik kan geen kant op. Eerlijk gemiauwd wil ik dat na een tijdje ook niet meer. Het is er warm en donker. Zo dicht tegen haar aan voel ik haar rustige hartslag, die me langzaam kalmeert. Na een tijdje wandelen we samen – ik verscholen onder het dikke vest – door het huis. Onderweg vertelt ze wat ze allemaal ziet. Als ze over katten begint, spits ik mijn oren. Daar wil ik meer over weten. De rits gaat een stukje open. ‘Kijk, Foppe ligt lekker te slapen.’ Ik wurm mijn kop tussen de kleine opening en kijk voorzichtig om me heen. Daar in een stoel ligt een grote zwarte soortgenoot. Verhip, die ken ik! Dat is die ene uit de tuin! Ik pers me uit het vest, spring op de grond en ren enthousiast op hem af. ‘Miauw, ken jij me nog?’ tetter ik in zijn oor. ‘Hè, hè, ben je daar eindelijk. Ik dacht dat je nooit uit dat kamertje zou komen. Zie je dat ze wel mee valt?!’
Er staat een onderzoek over aaien in de krant, zei mijn vrouw. Dat ging over waar en hoe je een kat moest aaien. Het onderzoek had jaren geduurd. Ik dacht dat is ook raar. Dus ik zal gewoon zeggen hoe je goed moet aaien.
Nou ik de laatste tijd veel meer speel, nou moet ik ook meer aan ontspanning doen. Wegens dat ik een oudere jongen ben en geen kitten die gaan de hele tijd door, nou ik dus niet. En ontspannen kan ik goed, echt waar.