Nou, het kammen is dus anders dan het was. Eerst was het heel zachtjes, een soort aaien, en ik moest er toch aan wennen maar van binnen wist ik: dit is eigenlijk best fijn. Dat zachte. En ik kreeg er liefe woordjes bij en ook gewoon aaien.
Dus dat ging best goed.
Alleen toen werd het kammen seeriejeus.
Ondervacht
Ik moet eefe zeggen dat ik een dikke vacht heb. Ik bedoel de vacht die onder mijn vacht zit, dat heet de ondervacht. Daar heb ik korte haren maar wel feel en dik ook. Dus daar ferhaar ik nou alleen die haare die blijfen soms hangen in mijn vagt.
Eerlijk waar het lukte me niet alleen. Dan ging ik wassen en al die haare, nou, ik moest soms ofergeefe.
En toen kwam die kam in huis en toen liet ik me kammen.
Aan dat kammen ben ik nou een beetje gewend. Soms laat ik me ook oferdag kammen en op mijn andere zij.
Dieper
Maar toen feranderde het, gewoon op een afond. Ik lag ontspannen op mijn matje en toen foelde ik dat de kamp dieper ging naar mijn ondervacht.
Ik lag helemaal stil te foelen wat er nou weer gebeurde.
En ik stopte ook met knorren.
Spannend.
Schaar
Op een andere afond pakte mijn vrouw het schaartje en ze ging ermee in mijn vacht. Knerp! Knerp! ik hoorde en foelde het. Ze knipte de harde stukken weg. Nou dan blijf je vanzelf stil liggen zeker weete.
Erna ging ze aaien en ik foelde het: opeens kon ik weer over mijn heup geaaid worden, daar zit de artroosie en aaien is dan moeilijk en fijn tegelijk.
Gefoel
Bijna alle harde stukken zijn nou uit mijn vacht. En ik laat me nog steeds kammen. Als je een oudere kater aan het worden bent, dan moet je eerlijk zijn ofer wat je niet meer kunt. En nou mijn vacht weer bijna helemaal in orde is, en nou met het kammen, nou komt het vast helemaal goed met mijn vacht, dat is mijn gefoel.
Ajooooo allemaal!
Egt heus waar! Ik kan nau bei het plafon!
En toen gebeurde er NOG wat leuks!
Gek
Sinds ik me laat kammen, is mijn vagt anders. Netter, geloof ik. Maar dat is aan mijn ene kant, wegens dat ik alleen ’s avonds aan kammen doe en dan lig ik op mijn matje op mijn andere kant. Dus alleen mijn ene kant kan worden gekamd.
Maar toen kwam het.
Het lijkt een dag als alle anderen. De zon kleurt de lucht met een warm oranje en roze gloed. Mussen en mezen wedijveren om het hoogste lied en kwetteren door elkaar.
is. Vragend kijk ik Foppe aan, die acuut stopt met zijn gejammer. Mo wacht ons antwoord niet af, maar hijst me omhoog. Ze overlaadt mijn kop met ontelbare zoenen, ik druk mijn wang tegen de hare en ze zegt ’ik ook van jou’. Na een kroel die eindeloos lijkt te duren, kijkt ze me weer aan. Haar ogen zijn nat, net als mijn vacht. ‘Gefeliciteerd met je tweede verjaardag, allerliefste Japie’, klinkt het schorrig. Zou ze teveel geneuried hebben?
De hele dag gonst het van de bedrijvigheid. Als het eindelijk donker is, komen ze tevoorschijn. Van heinde en ver en uit alle hoeken komen mijn furriendjes. De tuin wordt steeds voller en iedereen kan er bij. Ze brengen knapperige kippenpootjes mee, sappige bosmuizen en mussen die eerder deze dag al van het dak vielen, omdat het zo warm is. CW en De Rossige imiteren Freddy Meowcury. Zodra ze ‘Don’t stop meow’ inzetten, gaat iedereen los. Degenen die onverwacht moesten afhaken nemen we in gedachten mee, zodat ook zij bij ons zijn. Tot diep in het donker dansen we en sjansen we, want van de stoere furhalen van Oopa Floris krijgen we allemaal inspiratie. Pas wanneer de vogels weer gaan kwetteren, sluit KeverT het feest af. Zijn spirituele muziek op het spiraal laat zelfs de meest luidruchtige gast stilvallen. Het is thuis om naar huis te gaan.
Toen de snek op het bord ging, rook ik het al. Goed spul. Lekker spul. Ik kon geeneens wachten met eete ik begon meteen. Tonein uit de natuur, helemaal zonder iets erbij.