De laatste keer vertelde ik dat Kraaloog nog lang en gelukkig leefde met al zijn stekelige vriendjes. Ook voor mij begon een nieuw begin. Ik verklapte al dat het zwerfkatje – ik dus! – de naam Japie kreeg. Waarom is dat? Dat ga ik je nu miauwen.
Bakken eten
Het is in de tuin waar Kraaloog me dropt. ‘Dit is de plek waar je moet blijven, Kleine,’ snuffelt hij. ‘Ieder donker zet een mens hier knabbels neer, zodat je altijd kunt eten.’ Ik vind het doodeng, maar vertrouw op Kraaloog. Onder een dichte struik vind ik een purfecte verstopplek. Daar wacht ik op een teken van mijn stekelige vriend. Warempel, er gaat een deur open. Een gevaarte dat waarschijnlijk een mens moet zijn, zet een bak neer waar een
verrukkelijke geur van af komt. Heel wat anders dan die slijmerige slakken. Het water loopt me in de bek. Zoals afgesproken eten eerst de stekels. Dan mag ik. Zo snel als mijn korte pootjes kunnen, ren ik naar de schaal en schrok de restjes naar binnen. Het paar donkers later zijn de restjes groter. En het donker daarna weer. Dat is fijn, want het duurt best lang voor de bak gevuld wordt. Het grootste deel van de tijd onder de struik rammelt mijn buik. Het lijkt erop alsof mijn gebeden worden verhoord. Vanuit het niets staan er opeens twee bakken. Zou die andere voor mij zijn? Aarzelend zet ik een paar stappen in de richting van het lekkers en val dan aan op de volle schotel.
Betrapt
Het volgende licht zie ik vanuit mijn schuilplek soortgenoten tussen het groen struinen. De moed zakt me in de poten. Ze zijn ook nog eens veel groter dan ik. Met deze kapers op de kust kan ik beter een andere tuin zoeken. Als een van de katten – een enorme zwarte met
een witte streep over zijn neus – op me af komt, maak ik me zo klein mogelijk en duik dieper weg onder de struik. Tevergeefs. Pal voor mijn schuilplek gaat hij op zijn gemak zitten wassen. Opeens hoor ik hem fluisteren: ‘Psssst, heb je gisteravond het eten gevonden?’ Verbaasd kijk ik op. ‘Komt dat door jou?’, fluister ik terug. ‘Ja. Ik heb al dagen door dat jij er bent. Jij kunt wel wat hulp gebruiken. Dat heb ik van mijn Oom Sjaak geleerd. Dat je lief moet zijn voor zwervers. Zorg ervoor dat mijn mens je vanavond kan zien. Dan komt alles goed. Eremiauw!’ En weg is hij weer.
Wonder
Schoorpotend ga ik die avond op de afgesproken plek zitten. Het mens zet schalen met
brokken neer en een bakje met sappig vlees. Mij negeert ze volkomen. Als ze zich omdraait, sprint ik er op af. Terwijl ik het eten naar binnen schrok, hoor ik zeggen: ‘Goed zo, Dappere Dodo. Kom je morgenochtend weer?‘ Als door een wonder ontdek ik bij het ochtendgloren een bak vol eten. Kraaloog ligt te snurken in zijn egelhuis. Zou het dan echt waar zijn wat die zwarte miauwde? Later komt hij nonchalant aangeslenterd, gaat voor mijn struik zitten en vraagt of ik zin heb om te spelen. Voor ik het weet, is het mens vergeten en rennen we samen door de tuin. De dagen erna maak ik kennis met de andere snorhaarders. Stuk voor stuk gezellige types die me uitdagen om mee te doen met boomklimmen. Dat laat ik me geen twee keer miauwen. In mum van tijd zit ik boven in de top. Ik merk dat het mens nu niet alleen meer Dappere Dodo tegen me zegt, maar ook Snotapie en Klauterapie. Het begin van mijn echte naam.
(J)Apie
Die nacht stortregent het en mag ik schuilen in het huis van Kraaloog. Hoe dat afliep konden jullie eerder lezen. Het mens ontdekt mij, grijpt me bij mijn ielige nekvel en voert me af in een gevangenis. Later in een kamertje waar het warm en droog is en van alle gemakken voorzien, kijk ik haar furieus met vuurspuwende ogen aan. Voor ik vlijmscherp kan uithalen, zegt ze poeslief tegen me: ‘Ik wil gelijk een afspraak met je maken! Als ik lief ben voor jou ben jij lief voor mij.’ Terwijl ik daar over nadenk, gaat ze verder. ‘Zullen we ons eerst even netjes aan elkaar voorstellen? Ik ben Mo. Ik dacht er aan om jou Japie te noemen.’ Dat had ze beter niet kunnen doen.
Koppie van Japie
Pssst Calimero lieve Filos en Bibi, jammer dat de Griekse lessen zijn gestopt. Ik vond jullie tip van né en nee kattastisch. Ik doe er mijn voordeel mee, want mijn mens snapt er helemaal niks van. Omscholen is altijd goed. Vanaf nu ga ik de blaflessen volgen van Toby. Het kan altijd van pas komen om honds te verstaan. Zeker als je zoals ik veel buiten banjert.
Deze week had ik toch nog een beetje zomer, er was zon en het was best lekker warm, mijn vrouw en ik waren daar blij om, mijn vrouw vond herfst en winter al nooit leuk, maar ze vindt er nau nog minder aan omdat ze weet dat IK het niet leuk vind!, ikzelf dacht altijd dat iedereen de zomer het allerfijnste vond, tot ik las dat andere katten het veels te warm hadden, en dat ze blij waren dat het eindelijk wat minder warm werd, daar moest ik over nadenken, want hoe kan dat nau?, is mijn zomer anders dan die van anderen?, vindt iedereen iets anders? of is het PUNT dat IK anders ben?
Induuvie…
Ferschillend
Bibi: kan jij goed zoeken

Het is nou zo dat ik al een maand elke dag twee pillen neem en ik krijg fragen van Bertje hoe doe je dat, dus dat zal ik nou zeggen.
Veizel
Lieve allemaal deze week was biesonner weeges dieredag. Dat jij van jou eigen weer besef hoefeel goed jou leefe is. En dattie zou wille dat alle diere warmte foel in ze hart. Maar leefe is moeiluk nu weeges kriesis en inflaasie.
Misschien denk u nu wel wat heb Loes nou weer meegemaak? Maar het was mij Bert die zeg Loes onse scheemaa van onse blog is feranner. Mij Bert heb dinge gereegel want zoies hoor ook bij jou eigen website assie die heb. Dattie dinge regel foor iedereen en mij Bert weet hoe deze dinge werk. Hij zeg Loes, Bram is trug en hij ga weer naar ze eigen saaterdag. Maar het is nog nie deze saaterdag. Bibi en Filos wil eers ze afscheid neeme want dat ferdien zij. Zij ga nu eers wenne aan ze niewe leefe in onse land en wij wens ze heel feel geluk. Gissere heb u gesien dat onse vriendje Toby is begonne met ze eerse blog. Hij ga nu iedere woensdag ofer ze leefe fertelle. Nu fraag u ze eigen misschien af waar blijf mevrouw Kever en mij broer Oopa Floris? Mevrouw Kever stop want zij was tijdeluk zeg mij Bert. Daarom naames iedereen van onse blog, dank u wel mevrouw Kever. U heb ons allemaal heel feel mooie ferhaale fertel. Die fergeet wij nooit niemeer. Oopa Floris stop nie. Van mij eigen ga ik mij donnerdag deele met mij broer.
Mij vrouw zeg Loes ree-aa-lie-seer jij jou eigen wel wat jij zeg. Assie zo een beslissing neem dan kan jij selluf niemeer iedere week jou blog maake. Toen moes ik wel naa denke van mij eigen, maar assie deel dan deel jij. Mij broer heb ze eigen fens en hij hoor erbij. Jij weet nooit hoefeel lang mij broer zoies nog kan want ze psiegies brokkel wel af. En hij heb er zofeel plesier in ook al snap hij er nie heel feel van. Hij loop door onse huis offie ze Lijon King is, dan weet jij het is goed. Mij broer Oopa Floris krijg ze eene donnerdag en van mij eigen doe ik dan mij annere donnerdag. Dan kan jij zegge dattie dinge deel en dat is belangrijk. Jij kan jou bek fol hebbe van deele. Jij weet pas offie zoies kan assie het meemaak in jou leefe. Ik zeg u wel eerluk, mij makkareele deele vin ik nog moeiluk maar jij ben maar één poes. Iedereen moet dinge leere ook assie seeniejorpoes ben.
diele. Dattie dinge nie door ze war gooi want jou jeug heb faak andere intresse. Deele is dattie nooit nie alles foor jou eigen alleen moet houwe. En hij weet nu ook dat ze Oopa nie weg ga. Zo leer hij dinge ofer leefe en Saame. In onse weereld is feel eegowissies en er is ruusie. Vreede moet jij heel fer weg gaan soeke.